08/10/2026
Sommige katten kies je uit.
En sommige katten kiezen jou.
Sjonnie was zo’n kat.
Toen ik jonger was en op mezelf ging wonen, besloot ik dat ik een kat wilde. Ik ben daarvoor bij verschillende asiels geweest. Het asiel in Drachten was uiteindelijk het vierde asiel waar ik kwam. Er waren natuurlijk overal leuke, lieve katten. Maar ik wist toen al: ik moet niet zomaar een kat uitzoeken. Ik moet een kat tegenkomen waarbij ik iets voel. Een klik. Een kat die mij misschien óók uitkiest.
En toen kwam ik in de kattenkamer.
Sjonnie zat achter mij, samen met een klein zwart-wit poesje. Ik had hem eigenlijk helemaal niet gezien. Ik liep gewoon langs alle katten, want ik was op zoek naar een poesje. Ik wilde eigenlijk helemaal geen kater.
Maar Sjonnie had andere plannen.
Hij pakte mij bij mijn arm.
Echt alsof hij wilde zeggen: “Hé, kijk eens naar mij. Hier ben ik. Ik ga met jou mee.”
En ja… wat doe je dan?
Ik kon hem natuurlijk niet meer laten zitten. Voor mij was het duidelijk: dit was de kat die mij had uitgezocht.
En zo kwam Sjonnie bij mij.
Hij was mijn eerste kat toen ik op mezelf ging wonen. De eerste acht jaar van zijn leven woonden we samen in een huisje met een ren, waar ik uiteindelijk vier katten had. We hebben daar ontzettend veel meegemaakt.
Sjonnie was er bij mooie momenten, maar ook bij de moeilijkste periodes van mijn leven. Hij was er toen ik mijn ouders en zus verloor. Hij was er toen ik afscheid moest nemen van mijn andere katten Silke en Zyra. Hij vroeg niets. Hij was er gewoon.
En misschien is dat wel wat dieren zo bijzonder maakt. Ze hoeven niets op te lossen. Ze zijn er gewoon.
Begin 2018 verhuisde ik met Johannes naar Oldeholtpade. Een nieuwe plek, een nieuw leven, en natuurlijk moesten de katten allemaal wennen.
Maar Sjonnie?
Die liep binnen, ging in de vensterbank zitten en leek te denken: “Prima. Dit is mijn huis.”
Waar een van de andere katten nog een week onder de bank zat, had Sjonnie zijn plekje eigenlijk meteen gevonden.
Hij kreeg hier uiteindelijk samen met de andere katten een grote ren, gebouwd door Johannes. En hij heeft zoveel meegemaakt. Hij maakte de komst van onze kinderen mee en moest daar in het begin behoorlijk aan wennen. Hij was immers de eerste acht jaar van zijn leven nooit kinderen gewend geweest. Maar ook daarin vond hij uiteindelijk zijn weg.
En wat hebben we soms met hem in de rats gezeten.
Op een zondag vond ik hem meer dood dan levend en zijn we zo snel mogelijk naar de dierenarts gereden. Hij bleek een ernstige verstopping te hebben en moest geopereerd worden. Gelukkig kwam hij daar weer helemaal bovenop.
En hij is ook wel eens ontsnapt en dagen weggeweest. Ik dacht echt dat ik hem kwijt was. In de buurt waar ik vandaan kwam, waren in die tijd meerdere katten verdwenen en er waren mensen die absoluut niet van katten in hun buurt hielden. Ik was doodsbang dat Sjonnie nooit meer thuis zou komen.
Maar hij kwam terug.
Ik heb hem dus een paar keer bijna verloren.
En nu ben ik hem echt kwijt.
Al voelt dat woord voor mij nog steeds vreemd, want Sjonnie voelt helemaal niet weg.
Hij was een imposante kater. Groot, stoer en aanwezig. De meeste mensen — en waarschijnlijk ook de meeste katten — gingen liever een blokje om als Sjonnie ergens zat 😆
Maar achter die stoere buitenkant zat een heel klein hartje.
Voor ons was hij ontzettend lief en zacht. Maar vreemden moesten vooral uit zijn buurt blijven. En vreemde mannen al helemaal.
De schilders hebben dat hier bijvoorbeeld geweten. Twee mannen in zijn huis? Sjonnie vond daar helemaal niets van. Hij blies en maakte duidelijk dat ze vooral niet te dichtbij moesten komen.
En bij de dierenarts was het al helemaal feest.
Zodra we de praktijk binnenkwamen, begon hij vaak al te grommen. Onderzoeken was niet zomaar mogelijk en in zijn dossier stond zelfs dat hij een pittige kat was en moeilijk te behandelen. Soms moest hij voor zijn eigen veiligheid worden verdoofd.
Een keer heeft Johannes hem zelfs, met handschoenen aan, achter de computer bij de dierenarts vandaan moeten vissen omdat Sjonnie daar tussen de kabels was gekropen en absoluut niet van plan was mee te werken.
Dat was Sjonnie.
Een grote stoere kater.
Maar met een heel klein hartje.
En misschien daarom was onze band ook zo bijzonder.
Vanaf het allereerste moment had ik het gevoel dat hij mij had uitgekozen. En in de ruim zestien jaar daarna is die band alleen maar sterker geworden.
De laatste dag is iets wat ik nooit zal vergeten.
Ik had met de assistente gebeld en ze vertelde dat Ilse onderweg was. Sjonnie voelde zich al een tijd niet goed en had al een poosje niet meer in zijn geliefde vensterbank gelegen.
Maar toen ik zei dat Ilse eraan kwam, liep hij ineens naar zijn vensterbank.
Alsof hij wist: dit is mijn plekje.
Alsof hij wilde zeggen: “Als het dan zover is, dan wil ik hier zijn.”
En toen Ilse er eenmaal was, was het zo anders dan ik had verwacht. Hij moest natuurlijk even ruiken, maar hij was niet fel. Geen grote boze Sjonnie. Het was eigenlijk heel rustig en liefdevol.
Sjonnie is ruim 16 jaar geworden.
Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.
Voor alle jaren, alle herinneringen, alle avonturen, alle keren dat hij mij liet lachen en alle momenten waarop hij er gewoon was.
Maar oud worden maakt het afscheid niet minder pijnlijk.
Rouw is rauw.
Het is gewoon ontzettend klote.
Als je meer dan zestien jaar met een dier samenleeft, wordt dat dier onderdeel van je leven, je huis en je gezin. Mijn dieren zijn ook mijn kinderen. Dat is altijd zo geweest.
Ooit zei iemand tegen me: “Wacht maar tot je kinderen krijgt, dan kijk je niet meer zo naar je katten om.”
Ik heb nog nooit zulke onzin gehoord.
Je liefde wordt niet minder omdat er kinderen bij komen.
De katten horen bij het gezin. Ze zijn onderdeel van ons leven. En Sjonnie had daarin een heel bijzondere plek.
Hij was mijn eerste kat.
Hij koos mij uit.
En ik heb hem daarna nooit meer losgelaten.
Of misschien moet ik het anders zeggen:
hij heeft mij nooit meer losgelaten.
Ik voel de verbinding met hem nog steeds. Misschien zelfs sterker nu hij fysiek niet meer bij me is.
En ik merk dat ik inmiddels wat rustiger word. Het verdriet is er nog steeds en het doet ontzettend veel pijn. Maar ergens voel ik ook iets anders.
Een soort rust.
Alsof ik weet dat wat Sjonnie en ik hadden, niet zomaar verdwijnt omdat hij niet meer naast me ligt. Liefde overstijgt alles, zelfs de dood.
Mijn grote, stoere jongen met dat kleine hartje.
De kat die mij uitkoos.
Voor altijd een stukje van mij. ❤️